Het tekort aan tandartsen in Nederland wordt in toenemende mate aangevuld met tandartsen die buiten de Europese Unie zijn opgeleid. Zij zijn onder meer afkomstig uit Syrië, Zuid-Afrika, Turkije, Brazilië en Irak. In vijf jaar tijd is het aantal tandartsen van buiten de EU dat naar Nederland komt meer dan verdubbeld, meldt Nieuwsuur. Dat blijkt uit cijfers van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), dat onder meer betrokken is bij de beoordeling en toelating van tandartsen met een niet-Europees diploma.

Wie buiten de EU is opgeleid en in Nederland als tandarts wil werken, moet eerst aantonen over de juiste beroepskwalificaties te beschikken. Daarnaast moet aan de Nederlandse taaleis worden voldaan. Pas wanneer aan de voorwaarden is voldaan, kan een BIG-registratie worden aangevraagd.

Dit jaar leggen 120 kandidaten met een tandheelkundig diploma van buiten de EU de toelatingstoets af. In 2021 waren dat er nog 53. Voor tandartsen die hun diploma binnen de Europese Unie hebben behaald, verloopt de toelating eenvoudiger. Zij hoeven in Nederland in principe alleen aan de taaleis te voldoen.

Een op de vier tandartsen heeft een buitenlands diploma

In Nederland zijn momenteel 2.287 tandartsen werkzaam met een buitenlands diploma. Jaarlijks komen daar naar schatting 150 tot 200 tandartsen bij. Daarmee is inmiddels ongeveer een kwart van alle werkzame tandartsen in Nederland in het buitenland opgeleid, blijkt uit cijfers van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT).

De regionale verschillen zijn groot. In sommige gebieden is de afhankelijkheid van tandartsen uit het buitenland aanzienlijk groter. Zo is in Zeeland inmiddels meer dan de helft van de tandartsen buiten Nederland opgeleid.

Veel belangstelling voor de tandartsopleiding

Tegelijkertijd is de belangstelling voor de opleiding tot tandarts groot. ACTA, een van de drie tandheelkundige opleidingen in Nederland, ontving dit jaar meer dan 2.000 aanmeldingen.

Volgens Etienne Verheijck, directeur Onderwijs van ACTA, ontbreekt het echter aan financiële ruimte om het aantal opleidingsplaatsen fors uit te breiden. Hij wijst erop dat de beschikbare middelen afhankelijk zijn van beleidskeuzes van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).